Een klacht van bewoners aan de Brinklaan-Zuid over het ProRail-onderstation staat helaas niet op zichzelf. Hun woorden – “de gemeente heeft geen regie gevoerd, geen open vizier gehouden en bewoners structureel buitenspel gezet” – echoën door meerdere dossiers in Gooise Meren. Van het warmtenet in Muiderberg tot nieuwbouwprojecten in Bussum en Naarden: telkens ervaren inwoners dat er over hen wordt besloten in plaats van met hen.
De rode draad is herkenbaar. De gemeente presenteert zich als voorloper op het gebied van participatie, maar in de praktijk wordt die verantwoordelijkheid vaak uitbesteed aan externe partijen met eigen belangen. Bij Brinklaan-Zuid was dat ProRail. In Muiderberg is het Wattnu, bij het warmtenet. In beide gevallen zegt de gemeente “we faciliteren slechts”, terwijl inwoners juist behoefte hebben aan een overheid die regie voert, controleert en beschermt.
De plicht tot zorgvuldige participatie
Dat is niet slechts een kwestie van fatsoen, maar een wettelijke verplichting. De Omgevingswet en de Participatieverordening Gooise Meren (2022) schrijven voor dat de gemeente:
1. inwoners tijdig en volledig informeert;
2. duidelijk maakt waar wel en geen invloed op mogelijk is;
3. actief regie houdt, ook als de uitvoering bij een andere partij ligt;
4. achteraf verantwoordt wat er met inbreng van inwoners is gedaan.
Wie deze regels naleest, ziet hoe ver de praktijk daarvan afstaat. Bewoners wachten maanden op antwoorden, ontvangen standaardmails of helemaal geen reactie. Cruciale documenten worden pas na WOO-verzoeken gedeeld. Informatieavonden blijken promotiebijeenkomsten, en “inspraak” vindt pas plaats nadat besluiten al zijn voorbereid.
Bestuurlijk onfatsoen en gemiste kans
Bij de Brinklaan-Zuid gaat het om een onderstation waarvoor bomen zijn gekapt en een stuk gemeentelijke grond is verkocht aan ProRail, zonder dat de buurt een volwaardig alternatiefonderzoek kreeg te zien. In Muiderberg gaat het om een warmtenet waarvan de eigendom en zeggenschap bij een coöperatie-BV liggen die niet door bewoners is gekozen. In beide gevallen geldt: de gemeente keek weg toen transparantie nodig was.
Het gevolg is een groeiend gevoel van bestuurlijk onfatsoen. Bewoners voelen zich niet gehoord, niet serieus genomen, en uiteindelijk niet meer betrokken bij hun eigen leefomgeving. Het citaat van een buurtbewoner vat het samen: “Op straat hoor je het steeds vaker: ze doen maar, ze luisteren toch niet.” Dat sentiment is gevaarlijker dan men denkt. Het ondermijnt niet alleen het draagvlak voor de energietransitie of woningbouw, maar ook het vertrouwen in de lokale democratie zelf.
Van proeftuin naar proefpersoon
Wat extra wrang is: Gooise Meren profileert zich landelijk als “proeftuin” voor participatieve energietransities. Maar de praktijk lijkt eerder op een experiment met inwoners zélf. In plaats van co-creatie is er controleverlies. In plaats van transparantie is er stilte. En in plaats van zeggenschap is er symboliek.
De recente klacht bij de Nationale Ombudsman door de bewoners van de Brinklaan-Zuid zou weleens een kantelpunt kunnen zijn. Niet alleen omdat de gemeente de wettelijke reactietermijn overschreed, maar vooral omdat de klacht een patroon blootlegt dat breder is dan één wijk of één dossier.
Tijd voor herstel van vertrouwen
Echte participatie begint niet met een flyer of informatieavond, maar met het besef dat inwoners geen obstakel zijn – ze zijn het fundament van beleid. Wat nu nodig is, is een gemeentebestuur dat de eigen verordening serieus neemt, regie terugpakt en laat zien dat luisteren meer is dan wachten tot de storm overwaait.
Tot dat moment blijft participatie in Gooise Meren vooral wat veel inwoners inmiddels voelen: een papieren woord dat het vertrouwen in de lokale democratie langzaam oplost.
Reactie plaatsen
Reacties