Inloopavond warmtenet/G&O: belangrijke antwoorden, maar ook veel vragen blijven open

Gepubliceerd op 15 september 2026 om 12:37

Terugblik op 14 september 2026

Op 14 september organiseerden G&O en Warmtebedrijf Muiderberg een inloopavond voor huurders over het voorgenomen warmtenet.

Het was niet heel druk. De huurders die aanwezig waren, stelden daarentegen veel concrete vragen. Ook Marjolijn sprak uitgebreid met G&O en later met het Warmtebedrijf.

Een aantal antwoorden geeft meer duidelijkheid. Tegelijkertijd zijn er na deze avond opnieuw vragen bijgekomen.

G&O beslist over de aansluiting van de woning

Een van de belangrijkste uitspraken van de avond kwam van G&O:

“Wij als woningcorporatie nemen de beslissing om de woning hier aan te sluiten.”

Dat is een belangrijk onderscheid.

Volgens G&O mag de huidige huurder zelf beslissen of hij of zij daadwerkelijk warmte van het warmtenet gaat afnemen. Wie dat niet wil, houdt de cv-ketel en gasaansluiting zolang gas beschikbaar is.

Wanneer die cv-ketel aan vervanging toe is, gaf G&O aan dat deze bij een huidige huurder die geen warmte wil afnemen gewoon wordt vervangen, zolang gas beschikbaar is.

Maar bij een verhuizing verandert de situatie. Op de vraag of een volgende huurder dezelfde keuze heeft, antwoordde G&O dat dit niet zo is. Bij een huurderswissel wordt de woning voor warmte via het warmtenet ingericht.

Dat betekent dus dat keuzevrijheid voor de huidige huurder iets anders is dan structurele keuzevrijheid voor de woning.

'Niet duurder dan gas' blijkt geen garantie

G&O heeft in eerdere communicatie als uitgangspunt genoemd dat huurders niet duurder uit mogen zijn dan wanneer zij op aardgas zouden blijven verwarmen.

Daarvoor zijn onder andere een bijdrage van G&O en tijdelijke aanvullende kortingen genoemd.

Tijdens de inloopavond hebben wij daarom expliciet gevraagd of dit ook daadwerkelijk kan worden gegarandeerd.

Het antwoord was dat een 100% garantie niet kan worden gegeven.

Dat vinden wij een belangrijk verschil.

Een uitgangspunt is iets anders dan een contractuele garantie. Zeker wanneer huurders uiteindelijk afhankelijk worden van één warmteleverancier, moet duidelijk zijn wat er gebeurt wanneer de werkelijke kosten in de toekomst toch hoger uitvallen.

De 70%-regeling wordt volgens G&O niet gebruikt

Ook de zogenoemde 70%-regeling kwam ter sprake.

Bij renovatie van tien of meer woningen of bedrijfsruimten die samen een bouwkundige eenheid vormen, wordt een renovatievoorstel volgens het huurrecht vermoed redelijk te zijn als minimaal 70% van de huurders ermee instemt. Een huurder die niet heeft ingestemd, kan binnen acht weken na de schriftelijke kennisgeving van die instemming aan de rechter vragen het voorstel te beoordelen. Dat staat in artikel 7:220 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek.

G&O gaf tijdens de avond aan dat deze 70%-route voor het warmtenet niet wordt gebruikt.

Dat maakt een andere vraag juist belangrijker:

Op welke juridische grond mogen leidingen in of langs huurwoningen worden aangelegd wanneer de huurder zelf niet deelneemt aan het warmtenet?

G&O heeft eerder aangegeven de aanleg van de aanvoer- en retourleidingen als een noodzakelijke maatregel te zien. Voor ons blijft de precieze juridische onderbouwing daarvan een punt dat helder en controleerbaar moet worden uitgelegd.

Nog niet bekend wat er precies in iedere woning gebeurt

Ook praktisch is nog niet alles uitgewerkt.

De precieze leidingroute, het aansluitpunt en de werkzaamheden verschillen per straat en woningtype en worden volgens G&O pas verder uitgewerkt wanneer de aanleg dichterbij komt.

Een huurder kan dus nu al worden gevraagd een keuze te maken, terwijl nog niet voor iedere woning duidelijk is:

  • waar de leidingen precies komen;
  • welke werkzaamheden nodig zijn;
  • wat er in tuin, gevel of woning gebeurt;
  • welke radiatoren eventueel moeten worden aangepast.

Dat is informatie die bewoners naar onze mening vooraf nodig hebben om een afgewogen keuze te kunnen maken.

Persoonlijke berekeningen zijn geen garantie

Tijdens de avond konden huurders een persoonlijke kostenvergelijking laten maken aan de hand van hun energieverbruik.

Dat kan nuttige informatie geven, maar blijft een berekening op basis van aannames en huidige tarieven.

Vooral voor huishoudens met een laag gasverbruik is het relevant om goed te kijken naar de verhouding tussen vaste en variabele kosten.

Daarom blijft onze vraag: wat gebeurt er wanneer de werkelijkheid straks anders uitpakt dan de berekening die een huurder nu te zien krijgt?

Waarom nu al tekenen?

Dat punt kwam verschillende keren terug.

Bewoners worden al geruime tijd benaderd met intentieverklaringen en startcontracten. Tegelijkertijd kwam ook tijdens deze avond aan de orde dat belangrijke voorwaarden nog afhankelijk zijn van verdere besluitvorming en uitwerking.

Onder andere spelen nog mee: financiering, rente, gemeentelijke garantie, definitieve aannemersprijzen en vergunningen.

Ook natuur- en andere vergunningstrajecten zijn nog onderdeel van het proces.

Dat betekent niet automatisch dat het warmtenet er niet komt. Het betekent wel dat er nog onzekerheden zijn.

Daarom vinden wij de vraag gerechtvaardigd:

Waarom worden inwoners nu al gevraagd zich contractueel vast te leggen als nog niet alle belangrijke randvoorwaarden definitief zijn?

Intentieverklaring moet ook echt als intentie worden uitgelegd

Tijdens de avond kwam ook de communicatie richting oudere inwoners ter sprake.

Wij hebben voorbeelden besproken van bewoners die een intentieverklaring ondertekenden en daarna communicatie ontvingen waaruit de indruk kon ontstaan dat de volgende stap - het contract - eigenlijk vanzelfsprekend was.

Dat is juist bij een ingewikkeld project als dit ongewenst.

Een intentieverklaring is niet hetzelfde als een warmteleveringscontract. Eerdere belangstelling mag niet worden gelijkgesteld aan een definitieve keuze voor warmteafname.

Dat onderscheid moet in alle communicatie glashelder zijn.

Een opvallend signaal over de 246 huurwoningen

Tijdens het gesprek kwam een huurder bij ons staan met een opvallende mededeling.

Zij vertelde dat iemand van G&O haar had bevestigd dat ook huurwoningen waarvan de huidige huurder niet voor het warmtenet kiest, als toekomstige aansluitingen worden meegeteld.

Wij hebben deze mededeling niet rechtstreeks zelf van G&O ontvangen. Daarom behandelen wij dit nadrukkelijk als een signaal dat gecontroleerd moet worden.

Maar het roept wel een belangrijke vraag op.

G&O heeft een overeenkomst met WBM over 246 bestaande huurwoningen in Muiderberg. Tegelijkertijd mogen huidige huurders volgens G&O individueel kiezen of zij warmte afnemen.

Dus willen wij precies weten:

Hoe worden die 246 woningen in de cijfers verwerkt?

Worden zij meegeteld als:

  • technisch aangesloten woningen;
  • toekomstige aansluitingen;
  • verwachte afnemers;
  • onderdeel van de businesscase;
  • onderdeel van deelnamepercentages richting gemeente of financiers?

Dat zijn verschillende begrippen en die mogen niet door elkaar worden gebruikt.

Ook vragen over de besluitvorming blijven bestaan

Tijdens de avond hebben wij ook vragen gesteld over eerdere stemmingen rond het warmtenet.

Wij willen kunnen controleren hoe uitslagen tot stand zijn gekomen.

Er werd verteld dat twee mensen de stemmen hadden geteld en dat de tellingen één stem van elkaar verschilden. Maar een voor bewoners controleerbare stemadministratie kwam tijdens het gesprek niet naar voren.

Ook bleek dat nog wordt nagedacht over hoe toekomstige stemmingen beter georganiseerd kunnen worden.

Daarbij speelt bovendien de vraag of er wordt gestemd per persoon of per huishouden.

Voor een project dat zichzelf presenteert als 'voor en door Muiderbergers' vinden wij transparante en controleerbare besluitvorming geen detail, maar een voorwaarde.

En er zijn alternatieven

Tijdens de gesprekken kwam ook opnieuw naar voren dat een warmtenet niet de enige denkbare manier is om woningen te verduurzamen.

Er werd gesproken over onder andere individuele warmtepompen, warmtepompboilers, zonnepanelen en het slimmer delen of gebruiken van lokaal opgewekte energie.

G&O gaf aan te zoeken naar oplossingen waarmee woningen in één keer van het gas kunnen.

Dat is begrijpelijk.

Maar juist daarom vinden wij dat bewoners ook moeten kunnen zien welke alternatieven zijn onderzocht, waarom die zijn afgevallen en hoe kosten en risico's zijn vergeleken.

Wat nemen wij mee uit deze avond?

De avond gaf meer duidelijkheid, maar maakte tegelijkertijd zichtbaar hoeveel onderscheid er moet worden gemaakt tussen een woning aansluiten, een huurder die warmte afneemt, een toekomstige aansluiting, een contract, een verwachting en een garantie.

Dat onderscheid is belangrijk.

Want G&O kan besluiten een woning technisch aan te sluiten, terwijl de huidige huurder geen warmte afneemt. Een woning kan mogelijk als toekomstige aansluiting worden gezien zonder dat de huidige huurder een contract heeft. En 'niet duurder dan gas' kan een uitgangspunt zijn zonder dat het een harde garantie is.

Juist daarom blijven wij vragen stellen.

Niet omdat wij tegen een warmtenet zijn, maar omdat bewoners vóórdat zij zich vastleggen moeten weten:

Wat staat vast? Wat is nog een aanname? Welke rechten hebben huurders? En wie draagt het risico wanneer de aannames niet uitkomen?

Daar gaan wij de komende periode verder mee.

Bronnen: gesprekken tijdens de inloopavond van 14 september 2026; schriftelijke beantwoording door G&O van 3 september 2026; Burgerlijk Wetboek, artikel 7:220 lid 3 (70%-regeling).

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.